9. Openbaar bestuur

 

In Smallingerland gaan wij met respect met elkaar om, met begrip voor de verschillen die ook binnen onze gemeente bestaan. Meer overheidsparticipatie bij inwonersinitiatieven. De gemeente moet niet over inwoners praten, maar mèt inwoners.
Wat je van een ander vraagt, zal je eerst zelf moeten doen.

Tot zover wat in ons verkiezingsprogramma staat voor 21 maart 2018 over het onderwerp openbaar bestuur (ook wel het binnenlands bestuur genoemd).

Hoe werkt het rijk, de provincie en bovenal de gemeente?

In welke mate werken zij samen met de inwoners, maatschappelijke organisaties en betrokkenen?

Dat zijn de vragen waar politici voor staan wanneer zij beslissingen moeten nemen die ons allemaal aangaan. Daarom wordt het openbaar bestuur ook vaak de publieke sector genoemd.

In de jaren ’80 of ’90 had je een reclame van SIRE die als slogan had: “de maatschappij , dat ben jij!”. Sindsdien ben ik er steeds vaker mee geconfronteerd dat wanneer mensen het over de “maatschappij” hebben, ze het eigenlijk over geld hadden en kwam ook direct de onwil om dit eerlijk te verdelen naar voren.

Daarom heb ik het liever over de “samenleving”, deze bestaat namelijk uit mensen.

Een vriend die in de bouwsector werkt omschrijft het als volgt: “je begint met het fundament, daarna bouw je een huis en pas wanneer je daarmee klaar bent plaats je de speeltoestellen.

Volgens mij zou ook de overheid zo moeten werken. Eerst leg je de basis voor de samenleving (zorg, sociale zekerheid, onderwijs en huisvesting), daarna zorg je voor de leefomgeving, duurzaamheid & milieu, openbaar vervoer & infrastructuur en veiligheid & openbare orde.

Pas wanneer dit klaar is kun je beginnen aan centrumplannen, sport & cultuur en allerlei zaken die het leven leuk maken.
Het is natuurlijk één groot geheel, het kan niet zonder elkaar bestaan en heeft een wisselwerking. Doch de volgorde waarin je de samenleving vorm geeft, is wel degelijk belangrijk. Je hebt nu eenmaal een goed draagvlak nodig van de basis om de rest goed te kunnen organiseren. Juist daarom zijn simpele fatsoensnormen met basiswaarden als democratie, transparantie, beschaving, gelijkwaardigheid en solidariteit zo cruciaal in het openbaar bestuur.

Gelijkwaardigheid voor alle groepen in de samenleving (dus ook voor allochtonen en uitkeringsgerechtigden) hoort daar ook bij. Het is terug te vinden in het eerste artikel van onze grondwet.

Wanneer je de meeste gemeenteraadsleden er naar vraagt, zullen zij je vertellen dat het in Smallingerland allemaal goed geregeld is.  Dat er een sociale coalitie zit die er voor zorgt dat er van solidariteit en gelijkwaardigheid wordt uitgegaan. Ze hebben werkelijk geen idee! Daarom is het naar eer en geweten wanneer ze deze beweringen uiten.

Toch is het helaas niet waar. En ja: ook dit is een ongemakkelijke waarheid. Er zijn nog steeds veel mensen die in zogenaamde re-integratietrajecten worden uitgebuit. Die voor 70% van het minimumloon (de bijstandsnorm) een hele week achter de lopende band staan.

Ondanks de motie die aangenomen is in november 2017 (P.A.U.L. en GroenLinks) waarin zinloze trajecten naar de prullenbak werden verwezen, is dit nog de dagelijkse praktijk.

Deze mensen vinden dit vernederend, ongelijkwaardig en worden behandeld als 2e rangs burgers.

Ook gaat iedereen er van uit dat we de stelregel “iedereen moet mee kunnen doen” waar kunnen maken. Mijn vragen hierbij zijn: horen arbeidsgehandicapten en uitkeringsgerechtigden dan niet bij iedereen? Is “iedereen” dan enkel de “hardwerkende gewone Nederlander” waar onze premier het over heeft?

Voor mij is een belangrijk doel in de komende raadsperiode de betrouwbaarheid van de overheid te herstellen en dus ook het minimumloon weer in te voeren. Daarmee schaft men ook de dwangarbeid af. (Waarom mensen straffen voor iets waar ze niets aan kunnen doen?)

Dat dit al bestaat, is een misvatting van mensen die er niet mee geconfronteerd worden.

De invoering van een basisloon zou op de langere termijn ook een goed middel zijn om de hiervoor beschreven wantoestanden op te lossen. Veel mensen hebben daar al ideeën over en er wordt volop over gediscussieerd.

Ik denk dat het voor iedere volksvertegenwoordiger duidelijk moet zijn dat inwoners met hen mee kunnen denken, zij weten vaak het beste waar de knelpunten zitten. Niet vóór maar mèt de inwoners.

Pas dan kan het openbaar bestuur verwachten dat de inwoners ook hèn weer serieus gaan nemen.

Paul van Dijk

Meer lezen hoe GroenLinks tegen openbaar bestuur aankijkt?

 

.

 

Raadsleden

Piet de Ruiter

raadslid & fractievoorzitter

Vind ons ook op

GroenLinksSmallingerland DEF 100